Het eerste ongelukje. In een Philidor Verdediging heb ik zojuist het paard op c6 aangevallen. Niets aan de hand. Het paard kan via e7 naar g6. Hoe het mogelijk was, daar zijn de geleerden het nog niet over eens, maar in plaats van een zet met het paard op c6 te doen, pakt Jan het paard op g8 en zet dit op f6 ! Zo’n cadeautje laat ik natuurlijk niet lopen.

Stelling na 16. ..... a5-a4
Zwart maakt de weg vrij voor de loper op d8 naar a5. Wit heeft een aardige batterij staan op de diagonaal e1-a5 en zal dus moeten oppassen. Er is nog niets aan de hand, maar na 17. Pd2-f1 wint zwart eenvoudig de kwaliteit met 17. ...... Ld8-a5, 18. Dc3-e3 La5xe1, 19. Ta1xe1 en de stand is weer in evenwicht. Het tweede ongelukje van de avond.
Met het derde ongelukje deed Jan zich zelf de das om.

Stelling na 46. f2-f3
In deze stelling dreig ik met mat in één: Lc5-e3. Jan kan het vege lijf redden met Kf4-g5, maar maakt met 46. ..... Td7-h7, met als bedoeling de h-pion bij zijn opmars te ondersteunen, inéén klap een einde aan de partij.
Mijn stellig indruk was dat de partij na het tweede ongelukje heel erg naar remise neigde. Maar door wat met de stukken te manoeuvreren kreeg ik op zet 36 de kans om de pion op d6 te slaan. Ik creëerde daarmede wel een